www.klassiekezaken.nl (September 2008)

Toen Johann Sebastian Bach in 1731 zijn Clavier-Übung I publiceerde ‘voor muziekliefhebbers om hun geest te verfrissen’, maakte hij het niet alleen de luisteraars en klavecinisten van zijn eigen tijd erg moeilijk. De kritiek van de theoreticus Johann Mattheson dat deze Partita’s niet alleen ‘buitengewone technische eisen stelden’, maar ook ‘zeer complex geschreven’ waren, geldt ook vandaag de dag voor luisteraars en musici. Alle zes Partita’s aan de cd toevertrouwen is daarom een risicovolle onderneming die niet alle klavecinisten zomaar zullen wagen. Bovendien vergen de werken elke keer weer intensieve luisterarbeid. Maar wie een goede klavecinist in de cd-lade heeft en de inspanning waagt, komt eruit als een gelukkiger en completer mens. Bachs Clavier-Übung wordt dan net als zijn Sonates en Partita’s voor de viool en zijn Cellosuites dagelijkse kost om, inderdaad, ‘de geest te verfrissen’. De Fransman Pascal Dubreuil is zo’n klavecinist. Anders dan de zeer gestructureerde maar nog altijd aanbevelenswaardige Gustav Leonhardt en de mooie en beheerste Andreas Staier, benadrukt Dubreuil vooral de zangerige kwaliteiten van de verschillende delen. Dat hij daarbij de complexe meerstemmige weefsels niet uit het oog verliest, maakt het geheel tot een aangename luisterervaring. Vooral bij matige consumptie (hooguit één partita per dag!) bieden deze twee cd’s jarenlang opwekkend luistervoer.

Paul Janssen